CSVNPAGINA 7

terug naar kaft                  naar pagina 1           naar pagina 2            naar pagina 3              naar pagina 4           naar pagina 5  

kaft      csvnp1     csvnp2    csvnp3    csvnp1   csvnp5  

       naar pagina 6            naar pagina 8

 csvnp2     csvnp8


Ex handelaar in schaakcomputers

Minze bij de Weg

Een paar jaar geleden is Tom Fürstenberg gestopt met het verkopen van schaakcomputers. Na veertien jaar handelen in schaakcomputers, schaakdiskettes en schaak CD-ROM's vond hij het welletjes. Computerschaak keek met hem terug op de jaren waarin het schaken in het algemeen en computerschaak in het bijzonder een belangrijke rol in zijn leven heeft gespeeld. 

Je hebt een internationale carrière achter de rug.

Tom Fürstenberg: "Mijn vader had een winkel in lederwaren en geschenken en omdat ik bij hem in de winkel zou komen stuurde hij mij naar het buitenland, naar New York en Berlijn bijvoorbeeld, om het vak te leren. Toen ik in New York was ben ik op zoek gegaan naar een schaakclub. Ik vertel je het volgende om aan te geven hoe weinig ik toen, het was 1960 van de schaakwereld wist. Je hebt in New York twee bekende schaakclubs, de Marshall Chessclub en de Manhattan Chess Club. In de Marshall Chess Club zat de oude mevrouw Marshall, de echtgenote van de vroegere grootmeester, aan een tafeltje bij de deur om de entreegelden te incasseren. Dat vond ik zo leuk dat ik daar ben gaan schaken. Bij de Manhattan Chess Club speelde op dat moment een jonge speler die Bobby Fischer heette. Maar ik had toen nog nooit van ene Bobby Fischer gehoord.  Ik heb al met al zes jaar bij mijn vader in de winkel gewerkt. Maar mijn vader en ik in één zaak, dat ging niet samen. Daarom ben ik in 1966 vertrokken. Tot 1972 was ik director marketing sales voor Europa bij Samsonite. Toen ik met mijn secretaresse ben getrouwd ben ik daar weggegaan en sindsdien heb ik zelfstandig geopereerd. Ik heb me een hele tijd bezig gehouden met de verkoop van vliegtuigen, tot dat opdroogde. Daarna zijn we een kantoorservicegebouw in Brussel begonnen, we waren op dat moment de tweede in de stad. Vijf jaar geleden hebben we dat verkocht. Mijn vrouw doet nu nog secretariaatswerk en boekhouding en ik ben de schrijverskant opgegaan. Toen ik met het boek over Bronstein bezig was, heb ik gemerkt dat ik schrijven erg leuk vond. Ik ben nu met een tweede boek bezig , maar dat heeft niets met schaken te maken.

Chess Challenger 1

Wat was je eerste contact met het computerschaak?

T.F: "In 1977 ben ik met computerschaken in aanraking gekomen. Ik woonde sinds 1968 in België en was lid geworden van de Schaakclub Anderlecht in Brussel. Op een avond kwam iemand met de Chess Challenger 1 naar de club. Dat is die computer met de verkeerde cijfers en letters. Sid Samole, de baas van Fidelity  die de computer produceerde, meende dat de manier om de schaakvelden aan te geven , de letters van linksnaar rechts en de cijfers van onder naar boven, onlogisch was. Dat moest andersomen hij vond dat hij de schaakwereld wel kon veranderen. Die machine accepteerde allerlei illegale zetten, maar toch was ik er door gefascineerd. Er was een beperkte oplage van 250 exemplaren en daar heb ik er één van gekocht. Die zal zo'n vijf honderdgulden hebben gekost. Daarna zijn er vele anderen gevolg. Ik liep alle schaakcomputertoernooien af. Zo rolde iker in en werd ik bekend in die wereld.  In 1986 heeft Fidelity mij toen gevraagd of ik niet in de invoer van Fidelity  schaakcomputers  voor Nederland wilde doen. Waarom ik? Ik denk vanwegemijn enthousiasme voor die computers.Ik heb daarna de mensen van Fidelity leren kennen. Sid Samole, de directeur een jood net als ik, Ron Nelson, de eerste programmeur en later de Spracklens, die in zijn plaats kwamen. Weet je dat Fidelity oorsprongkelijk een bedrijf was dat kunstarmen en -benen maakte na de Vietnam oorlog? Een zuster of vriendin van Ron Nelson werkte bij Fidelity en zei: "Ik ken iemand die een schaakprogramma heeft geschreven. Is dat iets voor jullie? Het pleit voor het commerciële inzicht van Samole dat hij de mogelijkheden meteen heeft gezien. Bovendien begon die handel in kunstarmen en -benen toen terug te lopen, want de oorlog was voorbij. Ze hebben miljoenen met die computers verdiend, ze zijn er multimiljonair mee geworden. In 1989 hebben ze de zaak verkocht aan Hegener + Glaser. Daarbij hebben ze de zaak toen vreselijk belazerd, ze hebben Hegener de verkeerde cijfers laten zien. Dat is jammer, en je krijgt dan bovendien weer te horen dat het een jodenstreek was".

Omzet

"Toen ik in 1986 importeur werd was het hoogtepunt al geweest. Hegener verkocht in die dagen in de Benelux meer dan 10.000 exemplaren per jaar, in het topjaar zelfs 35.000. Ik was al blij als ik er 2000 verkocht. De onderlinge verhouding was overigens goed. Er was een bittere strijd om de markt maar er was geen haat en nijd. Voor Fidelity was de Amerikaanse markt natuurlijk de belangrijkste. In Amerika haalden ze negentig procent van hun omzet, in Europa een procent of zeven, acht. Voor Hegener+Glaser lag dat net andersom. De schaakcomputermarkt begon in die tijd een beetje verzadigd te raken. Er was nog wel sprake van een vervangingsvraag , maar die was niet meer zo sterk. Eind 1992 ben ik gestopt met de verkoop van gewone schaakcomputers, toen ik merkte dat ik door mijn ex-werknemer werd bestolen. Ik had een blind vertrouwen in hem gehad. Ik was er achter gekomendat hij in die tijd die hij voor mij werkte een eigen handel had opgezet in PC's en Notebooks. "Je moet ook adverteren voor gewone computers", had hij tegen mij gezegd, maar ik kwam er pas na een tijd achter dat hij de bestellingen in eigen zak stak. Ik heb hem op staande voet ontslagen en ben de schaakcomputerverkoop zelf gaan doen. Pas toen ontdekte ik dat hij de zaak daar ook belazerde. Mensen belde op als er een computer kapot was. Als ik dan naar een bon of een garantiebewijs vroeg kon ik niets in mijn administratie vinden. Zo ontdekte ik dat hij de schaakcomputers zelf verkocht. Toen ben ik met de verkoop van tafelcomputers gestopt, want ik had geen technische man in dienst. Eigenlijk was het ook niet zo erg om te stoppen, want de handel liep erg af.  Daarna heb ik alleen programma's voor de PC's verkocht. Die kan je eenvoudig in een envelop doen. Zeven jaar heb ik tegen mijn ex-werknemer geprocedeerd en ik heb alle processen gewonnen. Vorig jaar heeft hij uiteindelijk betaald.Dat dekte precies mijn advocaat kosten".

Hoe zag de PC markt eruit?

T.F. "De vraag beperkt zich tot een paar merken, vooral Rebel, Fritz en MChess. Op iedere 24 Fritzen heb ik één Rebel verkocht. Die verhouding lag eigenlijk al in het begin zo. Dat is te danken aan de slimme marketing van ChessBase. Daar komt bij dat Rebel moeilijk te installeren was; bij Fritz ging dat vanaf het begin veel eenvoudiger".

Er klinken nogal eens negatieve geluiden over de schaakcomputermarkt. Verwacht je dat de markt instort?

T.F.:"Ik denk dat de verkoop wel door gaat. Er zijn nu eenmaal mensen die het nieuwste van het nieuwste willen hebben, dat zag je ook al bij de klassieke schaakcomputers. Maar de handel zal zich beperken tot een klein aantal programma's. Het wordt niet veel minder maar ook niet meer. Je ziet nogal eens dat mensen een paar versies van een programma overslaan, ze maken bijvoorbeeld de sprongvan Fritz 3 naar Fritz 6.

Hoe kijk je terug op de computerschaakwereld?

T.F.:"Die heb ik als hardstikke leuk ervaren. De mensen gingen en gaan heel aardig met elkaar om. Daarom ben ik ook zo uit mijn slif geschoten na de opmerkingen van Kuijf in Schaaknieuws. (Kuijf beschuldigde computerschaakprogrammeurs van vals spel), Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt. Je mag best een leuk stukje over computerschaak schrijven, maar beschuldigen?".

Je hebt vast een favoriete schaakcomputer

T.F:"Ik heb thuis een prestige staan. Daar heb ik een speciale schaaktafel voor laten maken waar hij precies in past. Ik heb jem laten upgraden en er een multiprocessor van gemaakt. Er zit nu een Avant Garde 5 in. De stukken van de machine liggen lekker in de hand en ik hou van de speelstijl. Die is levendig het is geen saai Richard Lang programma. De Spracklens maakten leuke programma's. Richard Lang schreef een programma zonder risico, dat bedoeld was om er wereldkampioen mee te worden. De Spracklens hebben daarna ook geen kans meer gehad. . Dat doet me aan een leuk voorval denken. Op het wereldkampioenschap in Almeria ging de Fidelity Mach IV , die machine in dat glazen kastje, geweldig af, maar ik kreeg gedaan dat ik het apparaat toch mee mocht nemen naar het ACM-toernooi in Amerika. Dat was toen een toernooi voor de topprogramma's Daar zijn we uiteindelijk geloof ik tweede mee geworden. We stonden totaal gewonnen tegen Deep Blue, het hing op een enkel koningszetje. Ik heb de prijs van vijftienhonderd gulden en de machine zelf mogen houden".

En je favoriete PC programma?

T.F:"Fritz, vanwege de speelstijl en het bedieningsgemak. Het is een van de weinige die ik op mijn PC heb laten staan. Maar ik gebruik het eigenlijk niet, het is veel te sterk. Nee, Fritz rust nu ook uit. Ik schaak tegenwoordig veel op internet. Chess Club".

WK-match

Mensen die je kennen weten dat je bevriend bent geraakt met enkele topschakers. David Bronstein is een goede vriend geworden en ook Anatoli Karpov komt regelmatig langs.

Hoe heb je Karpov leren kennen?

T.F:"Door onze gemeenschappelijke hobby, het verzamelen van postzegels met schaakmotieven. Bij een Interpolistoernooi heeft Daniel de Mol ons aan elkaar voorgesteld en het contact is later verstevigd tijdens de Swift -toernooien in Brussel. Ik heb in 1990, ik was toen nog importeur  van Fidelity geregeld dat Anatoli  Karpov de Avant Garde 10 als secondant meenam voor zijn match tegen Kasparov. In die computer zat de gloednieuwe Motorola 68040 chip, aan het begin van de match was deze nog niet eens beschikbaar, zo nieuw was hij. Ik heb in het begin van die match, die gespeeld werd in New York en Lyon, de computer bediend. Mijn taak was de volgende: Karpov gaf mij een stelling om met de computer te analyseren en die analyses vergeleek hij met zijn eigen resultaten".

Werd de computer toen serieus genomen?

T.T:"Pas toen het te laat was. In de achttiende partij bracht Karpov in het Spaans een pionoffer dat Kasparov weerlegde met 21.Dc4. Ik was toen niet bij de match aanwezig en belde hem na afloop op. "Heb je de computer niet gebruikt? Hij heeft bij mij thuis de weerlegging gevonden". Ik ben toen alsnog naar Lyon vertrokken, maar het was te laat. Karpov stond achter en kwam niet meer terug".


Spreekuur met Christohe Théron

Eric van Reem

Op zondag 8 april 2001 was de shooting star onder de schaakprogrammeurs te gast in het internetforum van het Duitse Computertijdschrift  "Computer Schach und Spiele". De Fransman Christohpe Théron was de tweede programmeur die de tijd nam om vragen van (computer) schaakliefhebbers te beantwoorden. De datum was goed geprikt, want in dezelfde week verscheen de ChessBase-versie van zijn programma Chess Tiger, met de engines Chess Tiger 14.0 en Gambit Tiger 2.

Een paar weken eerder was de Duitse programmeur van "Shredder", Stefan Meyer-Kahlen al te gast in het forum. Elke bezoeker van het forum kan vragen stellen aan de programmeur en de vragen kunnen enkele dagen van tevoren worden gesteld om de gast de gelegenheid te geven zich op de meest gestelde vragen voor te bereiden. Tijdens het spreekuur worden dan ook ad-hoc vragen beantwoord. Gepland is een virtuele bijeenkomst van een uur of twee. Bij Meyer-Kahlenduurde de sessie al ruim zes uur, Théron was maar liefst zestien uur lang online om vragen te beantwoorden! De hoofdredacteuren van het blad "Computer Schach und spiele", Dieter Steinwender en Frederic Friedel, hebben me toestemming gegeven enkele interessante vragen en antwoorden in "Computerschaak" te plaatsen. Hiervoor mijn hartelijke dank!  Als u het volledige protocol van het spreekuur in het Engels of Duits wilt hebben, surf dan naar www.computerschach.de/forum en klik op "Sprechstunde" Tip: print alles uit, dan kunt u rustig nalezen wat Théron te vertellen heeft, het zijn echter rond de 24 A4-tjes die dan uit de printer rollen!

Noot: Een aantal van de onderstaande vragen werd door de auteur van dit artikel in het forum geplaatst:

Christophe, kun je iets over jezelf vertellen? Je bent bij het grote computerschaakpubliek nog niet erg bekend!

CT: In 1979 ben ik begonnen met het programmeren van schaakprogramma's. In die tijd woonde ik in Ivoorkust, een land in Afrika. Ik was toen 14 jaar oud. Ik had toen een zakcomputer van Texas Instruments, een TI-58 en begon er over na te denken hoe en of voor dat apparaat een schaakprogramma kon schrijven. Het is me nooit gelukt, maar dat was het begin voor de "Tiger". Daarna heb ik op verschillende computers en in verschillende computertalen geprobeerd een programma te schrijven, maar pas sinds 1992 ben ik serieus bezig met het programmeren van schaakprogramma's. In 1994 ben ik in Guadeloupe gaan wonen en sindsdien kan ik vanuit mijn eigen huis aan de Tiger programma's werken.

Christophe Théron, C.Théron, CT, C Tiger, Chess Tiger?? Toeval?

CT: Je hebt het in de gaten: Ik vind het handig dat mijn programma dezelfde initialen heeft als mijn naam. Omdat ik van katten hou, heb ik mijn programma zo genoemd. Een vroegere versie heette overigens "Tigress".

Hoe sterk schaak je zelf en is het handig een sterk schaker te zijn als je een schaakprogramma schrijft?

CT: Ik ben een zwakke schaker: ik heb een rating die tussen de 17-1800 ligt. Vooral tacktisch ben ik zwak, positioneel heb ik door het programmeren wel veel geleerd. Omdat ik ook de waarderingsfuncties in moet stellen, leet je vanzelf veel over strategie. Naar mijn mening is het niet nodig om een sterk schaker te zijn om te programmeren, het is zelfs een groot nadeel!

Waarom, kun je daar iets meer over vertellen?

CT: Een schaakprogramma moet je heel andere dingen over het schaken leren dan een mens en de kunst is het om te sorteren uit de inmense hoevellheid aan informatie over het schaakspel. Ik heb vastgesteld dat een schaakprogramma heel andere schaakkennis nodig heeft  dan een mens. Een sterke schaker denkt dat de computer hetzelfde moet weten als een mens, en dat klopt gewoon niet, heb ik gemerkt.

Kun je verklaren waarom veel sterke schaakprogramma's op het moment uit West-Europa komen, aangevoerd door Nederland en Duitsland met programma's als Shredder, Fritz, Rebel en The King?

CT: Vergeet de Franse programma's niet! Ook de Franse kampioenschappen worden steeds interessanter. Ik denk dat het komt door een combinatie van schaakcultuur gecombineerd met een hoge technologische standaard in West-Europa.

Veel schakers hebben Rebel 11 gekocht met je engines Tiger en Gambit Tijger. Ze kunnen van de Rebel Homepage een gratis update downloaden is het dan nog nodig de ChessBase versie te kopen? Zijn er verschillen tussen de beide versies? Wat raad je gebruikers aan die nog geen Tiger- versie hebben?

CT: De ChessBase engine is precies hetzelfde als de Rebel en de Chess-Assistent versie. Het is een kwestie van smaak welke GUI (grafische interface) je liever gebruikt, er is echter geen enkel verschil in speelsterkte.

Wat vindt je van DEEP-versies en ben je van plan een DEEPTIGER te programmeren?

CT: De trend is niet om zoveel mogelijk processoren in je computer te hebben, de gebruikers willen een sterke schaakcomputer op hun handheld (een PALM e.d.) hebben en in hun binnenzak kunnen stoppen. Ik heb op het moment geen concrete plannen om een DEEP-versie te ontwikkelen, wel om een programmavoor de PALM of een IPaq te schrijven. (Inmiddels heeft Théron een programma voor de Palm-familie geschreven).

Kun je iets vertellen over je samenwerking met Rebel en Ed Schröder?

CT: Sinds Ed en ik samenwerken is de Tiger-engine enorm verbeterd. Toen Ed op zijn homepage over onze samenwerking berichtte, verwachtte hij een stijging van de speelsterkte van rond de 150 ELO punten. Ik denk dat veel mensen dat niet wilden geloven. Nu, 2 jaar later  is het duidelijk geworden dat de Tiger engine zelfs meer dan 150 punten sterker is , en we hebben nog lang niet alle ideeën in het programma geïmplementeerd. Een concreet voorbeeld: REBEL is al lang bekend als zijnde het sterkste strategische programma: dat is het resultaat van de stellingswaardering. Delen van die waarderingsfuncties heb ik in de Tiger verwerkt. Ik verwacht dat we nog veel sterker kunnen worden. Je moet niet vergeten dat Ed al bijna 20 jaar fulltime aan zijn programma werkt en ik al 19 jaar, deels fulltime. We hebben dus veel ervaring en er liggen nog heel veel ideeën op de plank die we kunnen gebruiken.

Wie maakt de openingsboeken voor de Tiger?

CT: Dat doet Jeroen Noomen op het moment, ik heb het allang opgegeven zelf zulke boeken te schrijven.

Wat is je favoriete engine, Gambit Tiger of Chess Tiger ?

CT: Natuurlijk is de Gambit Tijger mijn favoriete engine, ik heb jarenlang op een programma gewacht dat zo aantrekkelijk speelt. Waarschijnlijk was de Gambit Tiger 1.0 ietje zwakker dan Chess Tiger 13.0 maar bij de nieuwe versie durf ik niet te zeggen welke engine sterker is. Ik hoop dat de SSDF beide versies gaat testen.

Hoe controleer je de kwaliteit van je programma's. Gebruik je teststellingen, of speel je veel autoplayer-partijen?

CT: Dat is nu een typisch voorbeeld van: "beroepsgeheim"! Het testen van een schaakprogramma is net zo belangrijk als het schrijven van het programma zelf. Als je de engine koopt en je krijgt "slechts" 300KB, dan denk je misschien: is dat alles?! Het programma is maar een klein gedeelte van het project "Chess Tiger ". Wat de gebruiker niet ziet is de hoeveelheid andere programma's die nodig zijn om te testen, fouten te zoeken en het programma te tunen. Vooral de testprogramma's zijn heel belangrijk, ik heb minstens drie jaar nodig gehad om een goede testmethode te ontwikkelen. Die programma's draaien soms dagenlang op verschillende systemen op mijn werkkamer. Daardoor ontstaat een profiel, dat ik gebruik om bepaalde dingen in de engine te gebruiken of juist te verwerpen. Ik denk dat het grote verschil tussen professionele-en amateurprogramma's het verschil in testen is. De testmethode is nooit onfeilbaar en ik werk er regelmatig aan. Ik heb vaak met Ed Schröder over testmethodiek gediscussierd, onze meningen verschillen daarover.

Denk je dat een match tussen wereldkampioen Kramnik en een computerprogramma het computerschaakwereldje een impuls kan geven?

CT: Nee, ik denk het niet. Persoonlijk vind ik zulke matches wel interessant. Ik wil best een match tegen een top GM spelen, maar op het moment heb ik het veel te druk met andere dingen.

Tenslotte:

CT: Toen ik nog een amateur was, zou er heel wat voor hebben gegeven eens met een bekende professionele programmeur te mogen spreken. Het is erg belangrijk de tijd te nemen voor je fans, die vaak waardevolle tips kunnen geven.

In het in de inleiding genoemde archief van CSS kunt u nog veel meer lezen over Théron en zijn programma's vooral veel technische details. CSS wil graag zulke spreekuren herhalen, misschien iets voor onze Nederlandse programmeurs?